illustratie & animatie

Menu

Filter

Social

MINDER SNOEPEN

Kerst is gelukkig weer achter de rug. In de kerstboom hangen nog chocolade kerstkransjes om de takken geschoven. Dat deed mijn moeder ook altijd, maar dan netjes aan een rood lintje. Niet op een schaaltje maar gewoon in de boom. Dat smaakt veel beter.

Ik ben blij dat het klaar is. De kerststemming kon ik nergens vinden. Dat kwam niet eens door corona of de lockdown. Op de een of andere manier was ik melancholisch. Ik geef de schuld aan radio 538. Of aan mijn hormonen. Ik ben weer een keer ongesteld na drie maanden pauze en dat voel je. Het giert door je lijf. Oude koeien kruipen uit de sloot en bijna vergeten laatjes met emoties worden open getrokken. Naast alle kerstmuziek op radio 538, wat nu gelukkig ook verleden tijd is, was er heel veel actie voor het Ronald McDonald huis. Geweldig vind ik, maar telkens bij het horen van die naam kreeg ik een beetje vieze smaak in mijn mond.

Twaalf jaar geleden werd ons derde kindje werd geboren na een traumatische bevalling. De dag erna kreeg hij hersenvliesontsteking en moest direct in de couveuse aan de medicatie. Ik had hem net voor het eerst vastgehouden en moest hem gelijk weer loslaten. Twee weken zou hij daar blijven. Maar ik niet, ik was uitbehandeld, zoals ze dat noemen. Er was geen medische noodzaak voor mij om in het ziekenhuis te blijven. Het Ronald McDonald huis werd als oplossing ons aangeboden. Geweldig, dacht ik in eerste instantie. Door de zware bevalling kon ik niet lopen maar alleen moeizaam waggelen. In het Ronald McDonald huis zou ik een paar keer per dag naar mijn zoon kunnen hobbelen om hem borstvoeding te geven en te knuffelen. Maar gek genoeg mochten broertjes en zusjes niet verblijven in het huis. Het was alleen bedoeld voor ouders. Ik was verbluft. Wie verzint nou zoiets??

Dus ging ik naar huis en er volgden twee zware weken waarin mijn man zich in allerlei bochten wrong. Hij bracht mij twee keer per dag naar het ziekenhuis, zorgde voor de kinderen en werkte ook nog eens tussendoor. Aan de kraamhulp thuis hadden we niet zo veel. Die was volledig in de war door een moeder zonder baby. Ze kon niet bedenken waarmee ze ons gezin, met nog twee kleine kinderen, kon helpen, maar schreef wel boeken vol in het kraamverslag.

Gelukkig knapte onze zoon snel op en mocht hij na twee weken mee naar huis. Nog altijd ben ik het ziekenhuispersoneel dankbaar voor hun oplettendheid. Het had heel anders af kunnen lopen. En nu is hij is een gezonde puber van twaalf, zit in de brugklas en verteld zijn moeder elke dag hoeveel okselharen hij erbij heeft gekregen.

Telkens als ik tussen de kerstmuziek de naam Ronald McDonald hoorde op de radio, dan stopte ik maar snel een mierzoete gevulde kerstkrans in mijn mond. Het verbaast me dat er nu nog wat in de boom hangt. Tijdens het schrijven van dit stukje prop ik ook de laatste in mijn mond. Ondertussen bedenk ik een goed voornemen voor in het nieuwe jaar waarvan ik nu al weet dat ik die toch niet ga volhouden. Minder snoepen.